Wereld geeft kweekvlees groen licht terwijl Europa blijft afremmen
Voor wie nog denkt dat kweekvlees vooral wat gepriegel in een laboratorium is: die tijd ligt achter ons. In meerdere delen van de wereld liggen gecultiveerde vlees en visproducten inmiddels op borden, of staan ze op het punt daar te belanden. Allang niet meer als experiment, maar als eerste stap richting een duurzamer voedselsysteem.
Singapore loopt daarin nog altijd voorop. In 2020 gaf het als eerste land ter wereld goedkeuring voor kweekvlees, met kip van Eat Just. Sindsdien is het daar niet bij gebleven. In 2024 volgde kweekkwartel van Vow en inmiddels zijn ook kip en eend van Parima toegelaten. Daarmee is Singapore het eerste land waar gecultiveerd vlees van meerdere dieren en meerdere bedrijven daadwerkelijk toegang heeft tot de markt en waar kweekvlees eten voor consumenten daadwerkelijk mogelijk is geworden.
Dat is geen toeval. Het is het resultaat van (onafhankelijk?) beleid dat ruimte laat voor innovatie, zonder voedselveiligheid uit het oog te verliezen.
Ook in de Verenigde Staten is de eerste drempel al even geleden genomen. Daar kregen Eat Just en Upside Foods in 2023 groen licht om kweekvlees te verkopen. Tegelijkertijd is de vooruitgang daar allesbehalve vanzelfsprekend. Onder druk van lobbygroepen en een groeiende stroom aan misinformatie zijn in meerdere staten inmiddels zelfs verboden ingevoerd, vaak verpakt als bescherming van boeren of consumenten.
Het past binnen een bredere politieke beweging waarin feiten steeds vaker ondergeschikt raken aan sentiment. Ondertussen werken andere partijen wel door aan aanvullende goedkeuringen en verdere uitbreiding. In Australië en Nieuw Zeeland worden aanvragen actief beoordeeld, met duidelijke tijdlijnen. Het Verenigd Koninkrijk experimenteert met nieuwe vormen van samenwerking tussen bedrijven en toezichthouders om procedures te versnellen.
Het tempo ligt misschien lager dan ooit werd beloofd, maar de richting is duidelijk. Kweekvlees beweegt zich, stap voor stap, richting de markt. Geleidelijk zullen steeds meer restaurants kweekvlees op het menu zetten, in steeds meer landen en in steeds meer verschillende talen.
En dan is er Europa…
Waar vooruitgang strandt in voorzichtigheid
Binnen de Europese Unie is tot op heden geen enkele goedkeuring verleend voor de menselijke consumptie van kweekvlees. Niet omdat het per definitie onveilig is, maar omdat het proces vastloopt in traagheid, politieke gevoeligheid en een gebrek aan duidelijke keuzes.
Dat wordt pijnlijk zichtbaar in recente beleidsbeslissingen. Zo werden nieuwe vormen van experimentele regelgeving, die juist bedoeld zijn om innovatie gecontroleerd te versnellen, expliciet afgesloten voor kweekvlees. De officiële reden: mogelijke zorgen bij consumenten.
Een opmerkelijke redenering, zeker omdat wetenschappelijke instanties hier nauwelijks bij betrokken lijken te zijn geweest en meerdere studies juist laten zien dat consumenten wel degelijk openstaan voor deze ontwikkeling.
Het voelt minder als bescherming en meer als uitstel.
Ondertussen wordt er actief tegengewerkt
Dat uitstel komt niet uit de lucht vallen. De afgelopen jaren is er in Europa stevig gelobbyd tegen kweekvlees. Boerenorganisaties en belangenverenigingen hebben campagnes gevoerd, politici benaderd en het onderwerp consequent geframed als ongewenst of onnatuurlijk.
Met effect.
Op Europees niveau zijn voorstellen afgezwakt of geschrapt. In individuele lidstaten zijn zelfs stappen gezet richting verboden. Niet op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten, maar vanuit politieke druk en het beschermen van bestaande belangen.
Een vergelijkbare beweging is zichtbaar in delen van de Verenigde Staten, waar inmiddels meerdere staten kweekvlees preventief hebben verboden, ondanks dat federale instanties het al hebben goedgekeurd.
Het is een patroon dat moeilijk te negeren valt.
De prijs van stilstand
Tegelijkertijd ontstaat er een ongemakkelijke tegenstelling. Terwijl Europa en delen van de Verenigde Staten op de rem staan, bouwen andere landen kennis, ervaring en voorsprong op.
Daar worden producten getest en stap voor stap opgeschaald, terwijl consumenten langzaam kennismaken met nieuw voedsel gemaakt met cellulaire agricultuur. Fouten worden gemaakt, daarvan wordt geleerd en zo ontwikkelt de technologie zich verder.
Hier blijven we vooral praten.
En dat terwijl de uitdagingen waar kweekvlees een rol in kan spelen niet verdwijnen. De wereldbevolking groeit, de vraag naar eiwitten neemt toe en de druk op landbouwsystemen wordt groter. Wie denkt dat het huidige systeem dat moeiteloos gaat opvangen, kijkt weg van de realiteit.
Juist daarom is het opmerkelijk dat Europa, met al zijn kennisinstellingen en innovatieve bedrijven, zichzelf zo nadrukkelijk buitenspel zet.
Een kwestie van visie
Kweekvlees is geen op zichzelf staand wondermiddel en ook geen vervanging van de ene op de andere dag. Maar het is wel een zeer interessante technologie die onderdeel kan zijn van een bredere oplossing.
De landen die nu vooroplopen, mogelijk sterker doordrongen van de noodzaak door zichtbare klimaatverandering of een lagere voedselzekerheid, begrijpen dat. Zij kiezen ervoor om te experimenteren, te leren en bij te sturen, omdat zij inzien dat de noodzaak van kweekvlees simpelweg te groot is om af te wachten.
In Europa lijkt die overtuiging minder aanwezig. Daar wint voorzichtigheid het van vooruitgang en korte termijn politiek het van lange termijn voedselzekerheid.
De vraag is hoe lang dat houdbaar is.
Terwijl Europa nog volop discussieert over regelgeving, toelating en timing, gaan andere landen ondertussen gewoon verder. In Singapore ligt het eerste kweekvlees inmiddels al eventjes op tafel en kijkt men er straks waarschijnlijk bijna niet meer van op als kweekvlees kopen net zo normaal wordt als gewoon eten bestellen.

