Eerste proeverij gecultiveerd varkensvleesworstje van Meatable in Nederland
|

Eerste proeverij van doodnormale worst die hoop doet leven

Gisteren was het dan eindelijk zover. De eerste proeverij van gecultiveerde varkensvleesworst op Nederlandse bodem. De algemene conclusie: Het is een doodnormaal worstje van ambachtelijke kwaliteit die hoop doet leven.

De primeur was gisteren aan het Delftse bedrijf Meatable om de eerste mensen binnen de Europese Unie te laten proeven van een product waar ze al jarenlang al hun ziel en zaligheid in leggen.

Met kleine stapjes werkt het veelbelovende kweekvleesbedrijf aan het perfecte gecultiveerde worstje dat moet concurreren met worstjes uit het traditionele ‘ambacht’, maar met het grote verschil dat er geen varkentje voor hoeft te worden geslacht.

Zeker in de laatste paar jaar volgde mijlpijl op mijlpaal voor het bedrijf, waardoor de concurrentie met worst zoals we die nu nog kennen langzaamaan steeds serieuzer wordt.

Een jaar geleden brak Meatable het eerste wereldrecord door kweekvlees binnen acht dagen te maken. Amper vorige maand bracht het bedrijf naar buiten dat het de sleutel gevonden had om pluripotente stamcellen (PSC’s) in slechts vier in plaats van acht dagen om te zetten in vet- of spierweefsel.

Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat Meatable kweekvlees aanzienlijk duurzamer en kostenefficiënter kan produceren. Dit is cruciaal, omdat naast kwaliteit, de prijs van zo’n worstje een van de belangrijkste obstakels vormt. En om de consument te overtuigen moet het gecultiveerde worstje vooral ook betaalbaar zijn, in eerste instantie in restaurants met kweekvlees en daarna in supermarkten met kweekvlees.

Echt betaalbaar zijn de worstjes nog niet, maar het bedrijf is hierin wel hard onderweg. De efficiëntie van het proces moet nog omhoog, net als de schaal waarop het geproduceerd wordt. Wat het worstje precies moet kosten durft men bij Meatable niet precies te zeggen, maar het is wel minder dan honderd euro. Ter vergelijking: De kweekvleesburger van Mosa Meat uit 2013 kostte nog ongeveer 250 duizend euro.

Maar gisteren ging het toch vooral om het eerste obstakel, om de grote vraag of het worstje überhaupt wel in de smaak zou vallen bij het publiek.

Verslaggevers, kenners en notabelen werden opgetrommeld om op het kantoor van Meatable te ervaren hoe de diervriendelijke en in potentie duurzamere worst smaakt. Van Jeroen, hoe kan het ook anders Gortworst, tot prins Constantijn en van Ira van Eelen (dochter van de uitvinder van kweekvlees Willem van Eelen en vaandeldrager binnen de sector), tot topkok Ron Blaauw.

Krijn de Nood, CEO van Meatable lijkt de verwachtingen ogenschijnlijk een beetje te temperen met de opmerking: “Het is een heel normaal worstje. Het ziet eruit, smaakt, ruikt, als normale varkensworst”. Maar eigenlijk doet hij hiermee juist de zelfverzekerde belofte dat de gecultiveerde versie niet van een ‘echt’ worstje is te onderscheiden.

En uiteindelijk is dit ook wel een beetje de algemene conclusie. Het is een doodnormaal worstje. Dat klinkt niet erg spectaculair, maar dat is het juist wel. Het maakt namelijk dat het qua smaak nu al een product is dat kan wedijveren met een traditioneel worstje.

En juist daarvan waren de ‘proefkonijnen’ toch wel het meest van onder de indruk. Juist omdat het zo gewoon is, is het briljant. Het is sappig, hartig, vettig en het heeft een knapperig velletje. Ron Blaauw ging er dieper op in en noemde het van ambachtelijke kwaliteit, een worstje die je koopt bij de betere ambachtelijke slager.

Een smakelijk gecultiveerd worstje dat bestaat uit slechts 30% gecultiveerd varkensvet en voor de rest plantaardige bestanddelen die er op termijn voor kan zorgen dat traditionele worstjes alleen nog op echt ambachtelijke (en biologische) wijze gemaakt hoeven te worden. Een worstje die de intensieve veehouderij overbodig maakt, maar de boer niet per se buiten spel hoeft te zetten.

Met de smaak zit het dus wel goed. Nu is het vooral zaak om de prijs naar beneden en de consumentenacceptatie omhoog te krijgen. Wat betreft regelgeving met betrekking tot de voedselveiligheid (zie ook Singapore en de VS) komt het ook wel in orde, de vraag is vooral hoe lang de goedkeuringen gaan duren, en dan met name in de EU.

Wat in ieder geval wel duidelijk is geworden na deze eerste proeverij in Nederland, is dat het zeker smaakt naar meer. En laat meer nou net het sleutelwoord zijn dat het worstje uiteindelijk ook voor Jan Modaal betaalbaar kan gaan maken.

[Bron: NOS 17/04/2024]

[Image credits: Meatable]

Lees ook