Waarom de coronacrisis het draagvlak van kweekvlees kan vergroten

Geplaatst door

Naast alle verhalen over misstanden eerder dit jaar, stapelen nu de nieuwsberichten over corona in slachthuizen zich steeds verder op. Over heel de wereld worden slachthuizen gesloten door het coronavirus. Ook slaat het virus hard toe op nertsenfokkerijen.

Hoe komt het dat het coronavirus juist op deze plekken zo welig kan tieren en hoe kunnen deze zorgwekkende ontwikkelingen de komst van kweekvlees versnellen?

Uit onderzoek blijkt dat het coronavirus beter overleeft in een vochtige omgeving. Bij de verwerking van vlees heeft de productieomgeving veel te maken met vocht en condens. In deze omgeving werken met name arbeidsmigranten en flexwerkers op korte afstand van elkaar en zijn de werkzaamheden zeer arbeidsintensief. Vaak wonen ze in grote groepen bij elkaar, en worden ze in tjokvolle personenbusjes zonder hightech luchtcirculatie naar het werk vervoerd.

Op de vochtige omstandigheden na, is het allemaal onderdeel van het rotte verdienmodel van de slachterijen. Een verdienmodel dat, uitvergroot door het coronavirus, steeds moeilijker houdbaar is. Alles draait om kostenbesparing. Te ver doorgevoerde kostenbesparende maatregelen die duidelijk ten koste gaan van de arbeidsomstandigheden van de werknemers (en het dierenwelzijn) vormen zo ongeveer de kern van het verdienmodel. Door het virus worden de slechte arbeidsomstandigheden van de arbeidsmigranten in de industrie nog eens grootschalig belicht. Hierdoor voelen steeds meer mensen nattigheid over de gang van zaken in de vleessector.

Zeker als hiermee ook ‘onze’ algemene gezondheid in gevaar komt. De gangen van, deze vaak buitenlandse werknemers, zijn moeilijk na te trekken. Hierdoor zijn zij lastig te achterhalen, laat staan te bereiken. De slachterijen vormen al gevaarlijke brandhaarden van het coronavirus. En door verdere besmettingen, omdat de arbeiders amper opgespoord kunnen worden, vormen zij ook een direct gevaar voor de overige bevolking.

Ook op meerdere nertsenfokkerijen is het coronavirus aangetroffen. En hoewel nertsenvlees in het algemeen niet gegeten wordt, speelt het feit dat het virus ook hier rondwaart indirect een rol bij de komst van kweekvlees.

Het coronavirus gedijt nu eenmaal op plekken waar gastheren dicht op elkaar leven. Het hoeft geen geheim te zijn dat dit op deze nertsenfokkerijen het geval is. Ditzelfde geldt voor de intensieve veeteelt. Ook hier zitten de dieren dicht op elkaar gepakt in megastallen. En ondanks dat het RIVM aangeeft dat varkens en kippen, en waarschijnlijk ook koeien, schapen en geiten niet vatbaar zijn voor het coronavirus, worden we wel massaal bewust gemaakt van het feit dat deze manier van dieren houden een potentieel broeinest vormt voor virussen. Virussen waarvan we het bestaan op dit moment misschien nog niet eens weten.

Maar ook andere epidemie├źn die voortkomen uit het grootschalig houden van dieren zullen niet, of in ieder geval minder voorkomen. Vogelgriep, mond-en-klauwzeer, Q-koorts, varkenspest en de gekke koeienziekte die jaarlijks miljoenen dieren, maar ook mensen het leven kost.

Het coronavirus maakt ons wederom duidelijk dat het grootschalig houden en slachten van dieren een failliet systeem is. Een systeem dat met de komst van kweekvlees niet alleen onhoudbaar, maar ook vervangbaar is. Kweekvlees kan een einde maken aan de bio-industrie zoals deze nu nog bestaat.

Daarmee hoeft er geen einde te komen aan de veeteelt, maar wel aan de negatieve uitwassen die de (intensieve) veeteelt met zich meebrengt.

Geef een reactie